Mensen die door rekenfouten bij uitkeringsinstantie UWV een te hoge arbeidsongeschiktheidsuitkering kregen, hoeven dat geld niet terug te betalen. Dat heeft demissionair minister Van Hijum van Sociale zaken beloofd in een brief aan de Tweede Kamer.
Op dit moment worden 43.000 uitkeringen onderzocht waarbij de bedragen zowel te hoog als te laag kunnen zijn. Het gaat vooral om WIA-uitkeringen.
Van Hijum had al aangegeven zeer terughoudend te willen zijn met het terugvorderen van geld. Dat zou alleen gebeuren in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als iemand echt wist dat die te veel kreeg. In navolging van een motie in de Tweede Kamer is nu besloten niets terug te gaan vorderen.
Het UWV maakte van 2020 tot en met 2024 fouten in de berekening van hoeveel iemand per dag gemiddeld verdiende voordat diegene arbeidsongeschikt werd. Op basis van dat dagloon wordt de hoogte van een uitkering bepaald.
Tekorten wel terug
Mensen die te weinig uitkering kregen, gaan dat misgelopen geld alsnog krijgen. Daarvoor heeft de overheid 66 miljoen euro vrijgemaakt en voor het opnieuw controleren van al die uitkeringen en de situatie herstellen nog eens 53 miljoen. Minister Van Hijum verwacht dat de hele operatie pas in 2027 is afgerond.
Het alsnog krijgen van het geld kan voor mensen ook nadelige gevolgen hebben. Ze krijgen daardoor in één keer veel extra geld en dus een hoger jaarinkomen. Daardoor hebben ze mogelijk minder recht op toeslagen of moeten ze meer belasting betalen.
Daarom kijkt de overheid nog naar hoe dat kan worden voorkomen. Een van de opties is dat de terugbetaling niet wordt meegerekend bij het inkomen.