Nu boeren minder mest op hun land mogen uitrijden, gebeurt er iets opvallends: ze kopen meer grond. Met als gevolg dat de prijs van die weilanden fors stijgt. Het is een onbedoeld effect van de nieuwe mestregels, waar lang niet iedereen blij mee is.
Volgens de nieuwste cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars kost een weiland van een hectare gemiddeld 85.000 euro. Dat is een kwart meer dan vier jaar geleden.
Die prijsstijging komt deels door inflatie, maar vooral ook door nieuw mestbeleid. Dat zit zo: tot voor kort mochten Nederlandse boeren meer mest op hun land uitrijden dan hun Europese collega’s. Die uitzonderingspositie wordt sinds 2023 afgebouwd en verdwijnt volgend jaar volledig. Gevolg is dat veel boeren nu meer mest hebben dan ze op hun eigen land kwijt kunnen. Ze kunnen dat laten afvoeren, maar dat is duur.
Dus kiezen veel boeren voor een andere oplossing: extra grond kopen. Tot teleurstelling van sommige beleidsbepalers, die hoopten dat de nieuwe mestregels zouden leiden tot een krimp van de veestapel.
Peter Lekkerkerker uit het Friese dorpje Gytsjerk is een van de boeren met “grondhonger”, zoals hij het zelf noemt. Hij heeft 280 koeien en breidde onlangs flink uit. Niet alleen kocht hij weilanden van een buurman, ook huurt hij sinds kort een stuk grond. “Je hebt dan zekerheid dat je je mest kan plaatsen.”
Die run op landbouwgrond ziet ook agrarisch makelaar Jos Ebbers. Hij verkoopt tegenwoordig weilanden bij inschrijving. “Er zijn dan meerdere kandidaten die belangstelling hebben. Dat is best wel een nieuw fenomeen.”
Ook sloot Ebbers onlangs een deal met een boer over een perceel dat lange tijd niet voor landbouw werd gebruikt. Dat stuk grond gaat nu dus terug naar de agrarische sector. “Best wel uniek, want het is vaker andersom.”
Grote boeren worden groter
Het zijn vooral de grote kapitaalkrachtige boerenbedrijven die extra landbouwgrond opkopen. Kleine startende boeren hebben vaak het geld niet of krijgen moeilijk een lening van de bank. Die delven het onderspit, ziet Ebbers. “Terwijl ook zij grond onder hun bedrijf nodig hebben.”
Dat merkt ook Coen van den Bighelaar. Hij is naast melkveehouder in het Gelderse dorp Velddriel ook bestuurslid van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, een belangenvereniging voor jonge boeren. “Jonge boeren staan, los van de nieuwe mestregels, ook voor andere uitdagingen. Zoals een bedrijf overnemen. Dat brengt gewoon een groot kostenplaatje met zich mee.”
Net als veel andere boeren kampt Van den Bighelaar met een mestoverschot. Maar extra grond kopen is voor hem niet haalbaar.
Biodiversiteit
Naast jonge boeren balen ook natuurliefhebbers van de stijgende grondprijzen. Zoals Land van Ons, een coöperatie met 30.000 leden die landbouwgrond aankoopt om daar de biodiversiteit te herstellen. Bestuurslid Fike van der Burght merkt dat het steeds moeilijker is om percelen te krijgen.
Ook zij moet steeds vaker bij inschrijving kopen. “Dan ben je ‘blind’ aan het bieden. Je weet niet wat de vraagprijs is en je weet ook niet wie je concurrenten zijn. Dat is lastig.”
Toch deed Land van Ons negen keer zo’n blinde poging. Acht keer werd de coöperatie “fiks” overboden. “We bestaan vijf jaar en zo explosief als het nu stijgt, dat hebben we nog niet eerder meegemaakt.”
Maar van opgeven wil Van der Burght niets weten: ze hoopt dat haar duurzaamheidscoöperatie de gunfactor heeft. “We gaan ons meer richten op grondeigenaren die biodiversiteit voor de toekomst belangrijk vinden.”