Het toerisme in Nederland is zo goed als terug op het niveau van voor de coronapandemie. Het aandeel van toerisme in de Nederlandse economie keerde vorig jaar terug naar 4 procent.

Daarbij gaven toeristen vorig jaar een record uit aan een vakantie in Nederland, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vorig jaar gaven Nederlandse en buitenlandse toeristen in Nederland 111,2 miljard euro uit. Dat is bijna 6 miljard euro meer dan in 2023. Het gaat om het bedrag dat toeristen voor, tijdens en na hun reis of verblijf in Nederland uitgaven. Het CBS heeft de bestedingen gecorrigeerd voor de prijsstijgingen door de inflatie.

Traditioneel gaven Nederlandse toeristen het meest uit. Dat was vorig jaar met ruim 67 miljard euro ongeveer een derde. Wel nemen de uitgaven van buitenlandse toeristen sneller toe. Deze groep neemt meer dan de helft de toename van bijna 6 miljard euro voor zijn rekening.

Piek

In 2019 kwam het aandeel van toerisme op de Nederlandse economie op een piek van 4,3 procent. Door de lockdowns tijdens de uitbraak van het coronavirus kelderde dat in 2020 naar iets meer dan 2 procent. Vorig jaar tikte het aandeel van toerisme op de economie de grens van 4 procent weer aan.

Dat komt mede omdat de toegevoegde waarde, de kosten versus de opbrengsten, sterker toeneemt dan de totale economie. Vooral de horeca, luchtvaart, reisbureaus en reisbemiddeling profiteren van de toeristen. Vorig jaar hadden 458.000 mensen in Nederland een baan in de toerismesector.

Steeds meer Nederlanders gaan op vakantie in eigen land, becijferde de ANWB eerder dit jaar. Dat wordt wel steeds duurder: