Zorgverzekeraars discrimineren als zij bedrijven met vooral vrouwelijke werknemers een hogere premie laten betalen voor een verzekering voor ziekteverzuim. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens in een zaak die een koffiezaak uit Utrecht had aangespannen tegen verzekeraar Achmea.
Eigenaar Dagmar Geerlings van Dagger Coffee wilde enkele jaren terug haar bedrijf verzekeren tegen ziekteverzuim van haar zes personeelsleden. Bij het aanvragen van de verzekering ontdekte zij dat de premie van 920,63 euro per maand bijna 230 euro hoger lag dan wanneer zij aangaf dat de koffiebar alleen mannelijke werknemers had.
Ze stapte naar de instantie die toeziet op naleving van de mensenrechten in Nederland nadat zij tevergeefs haar beklag bij Achmea had gedaan. “Ik kon me niet voorstellen dat dit mocht”, vertelt Geerlings aan de NOS. “Als ik als zzp’er een persoonlijke verzekering afsluit, dan mag er tussen mannen en vrouwen geen verschil gemaakt worden. Maar voor een werkgever die een groep mensen verzekert maken ze dat verschil wel op basis van geslacht.”
CBS-cijfers
Bij het College voor de Rechten van de Mens stelde de verzekeraar dat uit CBS-cijfers blijkt dat het gemiddelde ziekteverzuim bij vrouwen hoger is dan bij mannen. Dat maakt het risico van een bedrijf met alleen vrouwelijke medewerkers hoger, waardoor de premie hoger uitvalt. Het maken van dit onderscheid is wettelijk toegestaan.
In de uitspraak van het college staat nu dat een hogere premie voor werknemers op grond van geslacht in strijd is met een ander deel van de wet, die voor gelijke behandeling. En die weegt in dit geval zwaarder. Bij individuele verzekeringen is een hogere premie op basis van risico’s wel toegestaan. Maar voor groepen medewerkers bij bedrijven mag dit volgens het college niet op basis van geslacht.
Niet bindend
In een reactie zegt Achmea dat de verzekeraar inclusiviteit en gelijke behandeling “hoog in het vaandel” heeft staan. “Tegelijkertijd is bij collectieve verzuimverzekeringen in Nederland nu gangbaar dat bedrijven een premie wordt geboden die recht doet aan de risico’s die ze lopen”, benadrukt een woordvoerder.
Het oordeel van het College van de Rechten van de Mens is juridisch niet bindend. Achmea zegt te gaan nadenken over de uitspraak en gesprekken te gaan voeren over het oordeel. “Uiteraard spreken we ook met het bedrijf dat de zaak aanhangig heeft gemaakt. En we willen graag met het college in gesprek.”
‘Sinds jaar en dag’
Achmea wil ook met andere verzekeraars in overleg. Het Verbod van Verzekeraars noemt de verschillende premies met verzuimverzekeringen “gangbaar” bij verzekeraars. “Dit wordt sinds jaar en dag door meerdere verzekeraars zo gedaan”, reageert een woordvoerder.
Vanuit concurrentie-oogpunt zegt de brancheclub zich niet te mogen bemoeien met het premiebeleid van individuele verzekeraars. “Maar gezien het duidelijke statische verband tussen gender en verzuimrisico zou het ons zeer verbazen als er een verzekeraar is die dit niet meeneemt in de premiestelling.”